Verordening Jeugd & verordening WMO

donderdag 26 november 2020 13:11

In de raadsvergadering van 26 november werden twee verordeningen in het sociaal domein behandeld. Enerzijds de verordening Jeugdhulp en anderzijds de verordening WMO. Beide verordeningen waren grondig aangepast. De inbreng van de ChristenUnie-SGP over deze voorstellen leest u hieronder.

Allereerst de verordening Jeugdhulp.  Wat ons aanspreekt, is het eenvoudiger taalgebruik, voor zover dat bij een verordening kan. Dat maakt het voor de inwoner wel mee begrijpelijk. Toch hebben we een paar kanttekeningen.

Allereerst, en dat hadden we bij de commissiebehandeling wellicht al moeten aankaarten: “Waarop zijn de aanpassingen gebaseerd behalve het feite dat u een mix van twee modelvarianten hebt toegepast?”. In hoeverre heeft u de werking van de huidige verordening geëvalueerd en wat waren daar de uitkomsten van? Welke ervaringen in de afgelopen vijf jaar heeft u in deze gewijzigde verordening expliciet meegenomen als een verbetering of omdat dat in de huidige versie werd gemist? Dat wordt in het raadsvoorstel niet duidelijk gemaakt. Sterker nog: in het raadsvoorstel schrijft u onder het kopje Evaluatie: “Niet van toepassing”.

Bijzonder daarbij is ook dat in het oorspronkelijke voorstel uit 2014 nog staat “Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt na twee jaar geëvalueerd. Het college zendt een jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de werking van de verordening in de praktijk”

Wat ons betreft is een evaluatie juist wel van toepassing en verwachten wij dat u bv over twee jaar de raad een evaluatie over de werking van de verordening verstrekt.

Dan blijven wij ons verbazen over het benoemen van meerdere plannen. Daar waar de wetgever expliciet het familiegroepsplan benoemt als werkdocument voor de uitvoering van de geboden hulp, introduceert u daarnaast een ondersteuningsplan. Gelukkig heeft u artikel 5 aangepast door aan te geven dat u het FGP betrekt bij het onderzoek, maar bepalend is kennelijk uw eigen ondersteuningsplan. Wat is nu leidend? En wat als het FGP duidelijk een andere keuze maakt dan het college in het ondersteuningsplan weergeeft? Overigens introduceert u dat nu als een nieuw stuk, want in de eerste versie stond hier “verslag”. Dat is wat ons betreft toch heel iets anders.

Tot slot blijven wij moeite houden met de, in onze ogen dubbele korting bij de inzet van ZZP-ers bij een PGB. ZZP-ers moeten kennelijk voor een habbekrats het moeilijke werk doen. Het lijkt wel een ontmoedigingsbeleid. Wij kunnen nu echter niet aantonen of dat wel of niet toereikend is, dat daarom dienen we geen amendement in. Maar wel een motie waarin we het college verzoeken een onafhankelijk onderzoek te doen naar de effecten van die dubbele korting op de kwaliteit en beschikbaarheid van ZZP-ers voor PGB-houders.

Dan de verordening WMO. In grote lijnen gelden ook hier dezelfde kanttekeningen als bij de verordening Jeugdhulp. Fijn dat de tekst eenvoudiger is, maar waarom ineens zowel een persoonlijk plan als een ondersteuningsplan, wat vervolgens in de definities niet voorkomt.

Ook hier de vraag naar de evaluatie. Temeer daar in het raadsvoorstel uit 2014 nog stond “Jaarlijks zal een evaluatie plaats vinden van het beleidsplan Wmo. Hierbij wordt overwogen of de verordening nog volstaat, bijvoorbeeld naar aanleiding van jurisprudentie”. Dus op welke ervaringen is de aanpassing van de verordening gebaseerd?

Daarbij valt ons op dat u in het raadsvoorstel onder argument 1.2 stelt “De geactualiseerde verordening sluit aan bij jurisprudentie en landelijke afspraken” terwijl u bij de kanttekeningen schrijft “De aard van de Wmo 2015 maakt dat gemeenten de vrijheid hebben om het naar eigen inzicht ‘in te richten’, daardoor is er veel ruimte is voor interpretatie”. Dat zijn toch minstens tegenstrijdige opmerkingen? Wat is nu de lijn van dit college? Eigen richting kiezen of vooral veilig volgen wat anderen doen?

Tot slot: ten aanzien van het ZZP-tarief bij PGB geldt hetzelfde als ik bij de verordening Jeugdhulp heb gezegd; de motie heeft dan ook op beide verordeningen betrekking.

 

Naschrift: Helaas werd onze motie door de coalitie verworpen. Wel kregen we de toezegging ten aanzien van de evaluatie.

« Terug